Correct aankoppelen

Hoogte van
de trekkogelkoppeling

Bij het aankoppelen van een aanhanger moet beslist rekening worden gehouden met de hoogte van de trekkogelkoppeling!

Daarbij komt het vaak voor dat de hoogte van de voorziening op het trekvoertuig duidelijk afwijkt van het maatbereik. Deze situatie doet zich vooral voor bij trekvoertuigen (bijv. terreinauto's) met een grotere as veerweg. Als oplossing kan soms worden gekozen voor speciale buizen, die op de dwarsbalken van de aanhanger worden gemonteerd en die de trekkogelkoppeling daardoor optillen.

Indien nodig, kan in een gespecialiseerde werkplaats een passende aanhangervoorziening worden aangebracht op het trekvoertuig.

Trekkogel-koppelingen voor aanhangers worden gefabriceerd volgens DIN 74058 of ISO 1103 met een hoogte van 430 ± 35 mm. Bijgevolg moet de hoogte van de kogelkop van de personenauto zich bevinden in het maatbereik 395 – 465 mm.

0 mm

Onbedekte
trekkogelkop

De trekkogelkop moet in elk geval vrij liggen en een verticaal zwenkbereik van 25° naar boven of beneden evenals een horizontaal zwenkbereik van 20° naar links en rechts waarborgen.

Zwenkbereik van de trekkogelkop
Verticaal zwenkbereik van 25° naar boven - Horizontaal zwenkbereik van 20° naar links en rechts.

Let op –
schuinstaande
aanhanger

  • Aanhangers die op grond van verschillende koppelhoogten niet horizontaal staan, hebben verhoogde slijtage van de koppeling op de kogel en ook in de koppeling.
  • De vereiste zwenkbeweging is beperkt.
  • De aanhanger kan gemakkelijker worden losgekoppeld.
  • Het rijgedrag wordt beïnvloed – er bestaat verhoogde kans op slingeren.
  • Het remgedrag is slechter.
Verhoogde kans op slingeren van de aanhanger.